fondswerving

Geschreven op Friday, 12 February 2010 om 12:55 pm door R.Smit

In de komende jaren zullen de resultaten steeds betrouwbaarder gaan worden. Men moet dan zelf op zoek gaan naar het benodigde geld: dit wordt oom wel fondsenwerven of fondswerving genoemd. Vaak gaat het om zaken waarvoor men geen, of onvoldoende, subsidie ontvangt of die men niet van de contributie of andere bijdragen kan bekostigen maar wel nodig heeft. Maak een kostenplaatje. In heel veel gevallen zijn direct betrokkenen meestal wel bereid om een handje mee te helpen. Laat de huidige leden en de oud-leden zorg dragen voor de informatie. Onderzoek heeft namelijk uitgewezen dat het publiek zich in zijn koopgedrag laat leiden door dit soort acties. Wellicht zijn er andere mensen die het, door u gekozen project, een warm hart toedragen en van harte willen meewerken of geld willen doneren. Instellingen worden geprikkeld om initiatieven te nemen om extra middelen te verwerven, los te komen van de subsidieafhankelijkheid en meer ondernemend te gaan functioneren. ‘Ze hebben geld genoeg, vrije tijd in overvloed en bovendien: ze zijn straks met verschrikkelijk veel’. 90% van de huishoudens geeft de collectant aan de deur wel eens geld. Het fondsenwerven voor grote organisaties gaat meestal heel anders dan bij de kleine clubs en verenigingen. Naast de traditionele landelijke goede doelen, ook steeds meer lokaal wervende non-profits. Of dit geef gedrag van de Nederlander te maken heeft met de goede PR van de diverse organisaties, of met de strenge controle van het CBF.

Verlies ook bij financiële ledenwerving zeker het kostenplaatje niet uit het oog, onderhandel met de MKB, vaak werken zij gratis mee als u de tijd neemt om uit te leggen waarom fondsenwerving nodig is. Heeft u geen ideeën of weet u niet wat wel of niet mag neem dan contact op met de gemeente of surf eens over het internet. dr Th. Daarom ook stond het NGF aan de wieg van de beroepsopleiding die door het ISF wordt verzorgd. Omdat bij deze grote organisaties de PR-kosten vaak hoger liggen door veelvuldig gebruik van de media is hier een goede controle over de in- en uitgaven noodzakelijk. In 2006 deed 41% van de bevolking minstens eenmaal in dat jaar onbetaald werk voor een maatschappelijke organisatie. Ook de vorm van de tegenprestatie bepaalt de grenzen. Termen als ‘de verantwoordelijke burger’, ‘zelfzorg’, ‘mantelzorg’ zijn allemaal uitingen van een ontwikkeling in de richting van een ‘civil society’. Het waarom van het fondsenwerven is bij deze organisaties wel duidelijk. En als een sponsor voorrang wil hebben op de wachtlijst van een ziekenhuis, wordt een grens overschreden. Sportverenigingen en kerkelijke organisaties tellen de meeste vrijwilligers. Het is nog betrekkelijk jong, zeker in vergelijking met landen als de VS waar al vele decennia onderzoek wordt gedaan naar de filantropische geldstromen, maar daar staat tegenover dat ons land het enige is in Europa waar serieus onderzoek naar geefgedrag gedaan wordt. Voor bijdragen aan niet-kerkelijke doelen ligt dat omgekeerd Bovenstaande cijfers moeten wel met enige relativering bekeken worden. We kennen de fonds wervers allemaal. De bronnen waaruit de onderzoekers moeten putten zijn verre van volledig.

Reacties zijn gesloten.